Record aantal starters in 2017

Vlaamse starter brengt de voordelen van deeleconomie naar de...

Duwtje in de rug starterskorting_beeld

Duwtje in de rug: de starterskorting

Een van de voorstellen van het Zomerakkoord was de verlaging van de sociale bijdrage van de starters – de zogenoemde ‘starterskorting’. Per 1 april 2018 gaat de regeling in. Sociaal Verzekeringsfonds Acerta kan dankzij een analyse van zijn cijfers een betrouwbare prognose maken. Blijkt dat 40 procent van de starters het duwtje in de rug van de nieuwe maatregel goed zal kunnen gebruiken.


Voor wie geldt de starterskorting?
De korting geldt voor beginnende zelfstandigen in hoofdberoep met een laag inkomen in hun eerste jaar, meer bepaald lager 13.550,50 euro. Tot nu toe betalen zij een minimumbijdrage van 715 euro per kwartaal. Vanaf het tweede kwartaal van 2018 betalen ze een (lagere) procentuele bijdrage op hun reëel inkomen, met een minimum van 370 euro per kwartaal.

Prognose: 40 procent
ACERTA maakte een prognose op basis van reële cijfers en daaruit blijkt dat van de starters van 2015 40,5 procent een referteïnkomen had lager dan de grens van 13.550,5 euro. De cijfers van de jaren ervoor tonen dat het percentage starters met een laag startinkomen licht toeneemt, in 2013 zaten we nog maar aan 34 procent. Nathalie de Groot , juridisch adviseur ACERTA: “Als de trend zich doorzet, komen we voor de starterskorting dus makkelijk aan een doelgroeppercentage van 40 procent. Het eerste jaar is voor een starter een duur jaar, dan gebeuren de meeste investeringen en natuurlijk moet de starter dan nog volledig zijn klantenbestand opbouwen. Logisch dat ze dan op een laag inkomen uitkomen. Alle steun – dus ook een lagere sociale bijdrage – is dan heel welkom.”

Timing is belangrijk
Omdat het al dan niet recht hebben op een starterskorting afhangt van het inkomen, zal de starterskorting normaal pas worden berekend én geregeld zodra het reële inkomen is gekend en dat is twee jaar na het prestatiejaar. Nathalie de Groot : “Voor een starter telt elke euro en voor zij die echt een laag startinkomen verwachten, telt die dubbel zo hard. Een goed getimed duwtje in de rug kan voor een starter het verschil maken. De timing is dus ook belangrijk. Daarom, wie ervan uitgaat onder de laagste drempels te zullen vallen, kan al een voorlopige korting in het prestatiejaar zelf aanvragen.” De zelfstandige moet dus wel zelf de aanvraag indienen.

Wat zijn  de drempels voor de starterskorting?
Voor starters die een voorlopige korting willen aanvragen, gelden twee inkomensdrempels: ligt het beroepsinkomen lager dan 9.033,67 euro dan verlaagt de minimumbijdrage voorlopig naar 477 euro en voor een beroepsinkomen onder de 6.997,55 euro zelfs naar 370 euro per kwartaal. Alle kortingen waarvan sprake zijn van toepassing voor de eerste vier opeenvolgende kwartalen van de zelfstandige activiteit en worden later definitief berekend als het inkomen vaststaat..

Wie kan beroep doen op de korting?
‘Primostarter’ is een verzamelnaam voor eenieder die in aanmerking komt voor de korting, zowel de ‘zuivere’ starter in hoofdberoep als de zelfstandige in bijberoep of de student-zelfstandige die omschakelt naar een hoofdberoep. Het is trouwens geen beletsel dat hij in het verleden al zelfstandige in hoofdberoep is geweest, maar dan moet het wel meer dan 5 jaar geleden zijn.

Redactie -

maandag 30 april 2018

  • Aftrekbare kosten als zelfstandige: welke uitgaven breng je in?

    De meeste uitgaven die je doet voor je onderneming geef je aan op je belastingbrief. Die beroepskosten kan je aftrekken van je omzet. Het resultaat is je netto-inkomen, waarop je wordt belast. Hoe meer kosten je maakt voor je zaak, hoe minder belastingen je betaalt. Welke kosten je precies kan inbrengen, vind je in dit overzicht.

    Lees verder

  • Zelfstandige: hoeveel draag je af en hoeveel hou je over?

    Hoe zit het nu precies als je start met een eigen zaak? Hoeveel draag je af en wat houd je netto over van je inkomsten? Specialist SBB berekent het je voor.

    Lees verder

  • Vrouwen aan de macht in (para)medische beroepen en horeca

    Een op drie zelfstandigen is een vrouw, maar in bepaalde beroepen zijn de vrouwen toch aan een opmars bezig of zijn ze nu al in de meerderheid. Meestal starten vrouwen in de (para)medische sector of in de horeca en ze kiezen er eerder voor om zelfstandig te zijn in bijberoep dan in hoofdberoep. Dat blijkt uit een analyse die Sociaal Verzekeringsfonds ACERTA maakte van de cijfers over starters, naar aanleiding van Internationale Vrouwendag. Voor bepaalde beroepen geldt meer dan ooit: vrouwen aan de macht.

    Lees verder

  • Waar vestig je de maatschappelijke zetel van je onderneming?

    De vestigingsplaats van je bedrijf heeft zijn voordelen en nadelen. Een adreswijziging vergt heel wat werk. Aan de keuze van je vestigingsplaats hangen wel een juridische gevolgen vast.

    Lees verder

  • 81,9% mist nog de business-opportuniteiten van het internet

    Brussel, 24 oktober 2017 – In de Graadmeter Starters van ACERTA komt “een moeilijke klantenwerving” naar voren als derde grootste verrassing voor starters die op hun eerste anderhalf jaar terugkijken – 32% botst ertegenaan. Diezelfde starters zetten klantenwerving zelfs op nummer 1 als hun allergrootste uitdaging voor de toekomst.

    Lees verder

  • Welke fiscale voordelen zijn er voor starters?

    Startkapitaal vergaren: veel beginnende ondernemers zien het als een loodzware opdracht, maar de praktijk leert dat ook deze uitdaging best haalbaar is. Nooit eerder werd er namelijk zoveel financiële ondersteuning voor starters voorzien. Zo kom je vandaag niet alleen in aanmerking voor startersleningen, subsidies en premies, maar geniet je ook een aantal onmiskenbare fiscale voordelen.

    Lees verder